Palliatieve afdeling te A.

De afdeling;

Het is al een paar dagen stralend weer –
de terrasjes zitten vol, files richting zee, je hoort zomerse geluiden rondom de huizen-
Iedereen blij – ook de vogels.
Onze korte reis naar Duitsland zit erop – veel familie gezien – zelfs een neef en een nicht die veel te ver weg wonen om elkaar met enige regelmaat te kunnen ontmoeten. Het was alweer 15!! jaar geleden – (toen werd oma begraven …)
De tijd gaat zo hard.
En harder naarmate je zelf ouder wordt…zo lijkt het.
Nu ik weer terug in Nederland ben, ga ik naast werk en gezin natuurlijk ook weer op bezoek bij de mensen van deze afdeling.
Ik ben oprecht blij om daar te zijn. Als ik binnen kom hoor ik het al:
mevrouw H wil zo graag naar buiten en, ja, dat kan ik mij maar al te goed voorstellen.
Je zou maar dag in dag uit binnen moeten zitten en afhankelijk van wekelijks een bezoeker die je voor een uurtje mee neemt naar de “ andere bewoonde wereld daar buiten”
Ik wordt even bekropen door het al tegenwoordige dilemma – ik kan niet overal tegelijk zijn-
Nadat ik van het team de nieuwste ontwikkelingen heb gehoord- een bewoner is heel snel overleden, meneer B .gaat hard achteruit, mevrouw P. was uit haar bed gevallen, en er is een nieuwe bewoonster – sinds vanochtend …
probeer ik een “ urgentie- presentie -lijst “in mijn hoofd te maken,
Eerst maar eens kennis maken met de nieuwe bewoonster.
Zij ontvangt mij met een stralend en open gebaar- wil meteen haar verhaal kwijt .( ongeneselijke kanker- de artsen hebben haar al een jaar geleden opgegeven ..( ik zie de verontwaardiging op haar gezicht )”maar ik ben er nog ,en weet dat dit het einde is -ik ga er nog wel wat van maken!”Mevrouw Z.spreekt haar blijdschap uit omdat iedereen hier haar zo aardig bejegent.
En zij verheugt zich zo meteen op het avondeten.
Eindelijk weer- het is ruim twee weken geleden dat zij een echte maaltijd heeft kunnen eten.( ik schat dat zij nog 35 kg weegt…)
Ik krijg een dikke knuffel van haar en moet haar beloven dat ik terug kom.
Nu even langs meneer B
Hij is erg moe en wil graag dat “ het klaar is- ik heb geen zin meer , liever vandaag dan morgen ga ik…”Ik wens hem rust en ook geduld en laat hem weer verder doezelen…
Mevrouw H komt mij in haar rolstoel tegemoet .
Ze heeft mij al gehoord…
En nu eindelijk gaan we naar buiten.
Ze is zo blij!
Ik geniet van haar vreugde.
Ze laat mij de bloemen, de bloesem en al het verse meigroen buiten nog eens extra zien.
Eigenlijk trakteert zij mij op deze wandeling.
We praten een beetje over de voorbije dagen – dat geeft een weemoedig gevoel ,maar ook rust.Ik heb diep respect voor haar ,zij heeft een vredige uitstraling als zij over de dingen van vroeger praat – vaak zegt zij dan “het was zo mooi“ en ook “dit is allemaal voorbij…”
Wat kun je toch blij worden van andermans vreugde en dankbaarheid.
Ook al blijft het “mijn” dilemma er maar eens in de week iets te kunnen doen op de afdeling –
ik besef dat het een voorrecht is om deze nabijheid te mogen ervaren.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *