“Rudolf”

Op de palliatieve afdeling

“Rudolf”

Hij zwaaide naar mij, toen ik langs liep. Dat was onze eerste ontmoeting. Rudolf is er “erg aan toe”- hij heeft als gevolg van zijn ziekte(s) veel moeite om te kunnen bewegen, te praten en is bij alles wat hij nog kan en wil heel erg op hulp aangewezen. Zijn kamerdeur staat meestal open – voor mij een teken van “contact willen houden”. Tijdens ons eerste gesprek verteld Rudolf mij veel – ook al heeft hij maar weinig woorden en zijn er heel wat stiltes. Hij heeft naar eigen zeggen geen fysieke pijn, maar wel “last van het liggen piekeren”. Ik kan ondanks opluchting dat hij geen “pijn” heeft, toch de pijn voelen … De pijn om “gemiste kansen”. Rudolf vraagt aan mij of ik getrouwd ben… (ja ,na de dood van mijn eerste man, toch weer en heeeeel gelukkig!). Dat is hem niet gelukt zegt hij en voegt eraan toe: “jij durft wel..” Ik hoor en zie de teleurstelling … Dan is het weer stil. Rudolf heeft niet alleen om fysieke redenen moeite met praten. Hij piekert zich suf. Ik vertel een beetje over mezelf en dat blijkt hem voldoende vertrouwen te geven voor een vervolg..” we spreken af“ om het er de volgende keer over te hebben wat Rudolf nou bedoelt met zijn persoonlijke pijn – Maar vooral ook dat hij mij een leuk (!) verhaal zou gaan vertellen, een van vroeger toen hij nog lol had in het leven…

– een paar dagen later
– Als ik de volgende keer kom loop ik als vanzelfsprekend de kamer van Rudolf binnen. Het voelt na die eerste keer al zo vertrouwd. Ook zonder woorden is er een “klik” tussen ons. Altijd bijzonder mooi – de momenten van spontaan vertrouwen in elkaar, dat is gevoelde mede – menselijkheid. Ook al ben ik zelf niet ziek en extreem afhankelijk van anderen en verkeer ik op dit moment in een bevoorrechte positie – ervaar ik hier bij Rudolf vooral de rust om van mens tot mens te mogen praten en hoe het is, je proberen in te voelen in de nood en angst en de pijn van mijn medemens. Maar er zijn gelukkig naast de zwaarte ook humor en levenslust. Als ik vraag waar Rudolf nu vooral nog zin in heeft kijkt hij mij strak aan en zegt: “een vrijpartij“! Ook zingt hij bij het horen van mijn naam een liedje voor mij “ Suzanne” – en – “ Geef mij maar Amsterdam” als we het over “zijn” en “mijn” muziek hebben. Zingen gaat makkelijker dan praten …mooi toch! Rudolf krijgt trouwens heel veel bezoek, vooral van familie. En er hangen ontzettend veel foto’s in zijn kamer, waaronder een paar mooie portretten van zijn vader en tal van familiefoto’s (met daarop een jonge sterke vent – Rudolf in zijn gezonde jaren). En niet te vergeten – de foto’s in het voetbalstadion – AJAX. Een van zijn passies, als ik het goed begrijp. Een heel stuk leven zie je op deze foto’s. Nu nadert het einde. En het loslaten blijkt voor Rudolf ondanks al zijn beperkingen een zeer zware taak. Er zijn blijkbaar nog teveel dingen onaf er zijn nog te veel kansen blijven liggen… Zijn zeer betrokken zwager doet zijn uiterste best om al het verdriet en de moeizame strijd van zijn maatje Rudolf in woorden te vatten. En geeft hem hiermee zo veel steun!! Hartverwarmend. De moed om te kunnen communiceren (niet alleen verbaal) over wat voor jou de essentie is – daarbij heb je steun en liefde nodig van je naasten en je omgeving. Al moet je het toch “zelf doen”. Wat dat betreft, mag ik mij om Rudolf na deze dag en ons gesprek met zijn drieën gelukkig iets minder zorgen maken.

Drie dagen later:
Rudolf is inmiddels rustig overleden….

Vanwege de privacy wet en regelgeving is de naam gefingeerd.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *