Een middag…3 uur op de afdeling

Bij binnenkomst- kennismaking in de lift met een nieuwe bewoonster en haar echtgenoot. Ze willen erg graag praten.
Ik ga dus meteen langs.
Eerst even mijn jas ophangen en een van de verzorgsters hallo zeggen – zij maakt altijd wel goed contact en is blij dat ik er weer ben – “vandaag zijn we maar met twee mensen ivm ziekte..” verteld zij
En ook “ fijn dat je even met een paar mensen een praatje komt maken ..”
Na een tijdelijk wat rustigere periode ivm het kort na elkaar overlijden van 4 bewoners is het nu weer druk op de afdeling – de bedden zijn bijna allemaal bezet.
Dan zijn er handen en tijd tekort.
Ernstig zieke mensen zijn vooral gebaat bij tijd en aandacht – een hand vasthouden, luisteren naar een klein stuk levensverhaal of de behoefte om zorgen te uiten en verdriet te delen – dat zijn allemaal essentiële behoeftes van mensen.
Mijn aandeel; als medemens present te zijn, waar nodig.
En juist een aanvullende zorg te bieden. Mevrouw B is blij om mij te zien.
Ze noemt mij liefdevol “meisje” en vertelt wat er na de crematie van haar echtgenoot allemaal is gebeurd.
Ze spreekt met veel wijsheid en berusting over haar overleden man en is blij dat de kinderen “zo goed met elkaar zijn nu na en met alle gebeurtenissen”.
Ik help haar even om een adreswijziging via de telefoon te regelen – want het is haar dan toch weleens allemaal te veel – “dat geregel“.

Mevrouw W is een rustige vrouw die erg moe is (leukemie patiënte zonder uitzicht op een behandeling die nog zou kunnen helpen).
Ik “ herken “ het meteen aan haar ogen – “ Emma – ogen” zijn het.
Ik zie verdriet en ongeloof in haar blik – dat zij nu echt aan haar einde moet denken dat is toch vreemd, onverwachts en ook beangstigend. Al die fysieke ongemakken en helemaal geen energie meer …
Een grote verdrietige maar ontzettend lieve vrouw is het.
We praten over haar kat – die zij (net als haar huis) uiteraard erg mist, en over het gezellige aspect van dieren in je huis. Dan nog over muziek en over onze mannen en kinderen – waar we zo ontzettend veel van houden.
Erg fijn -ondertussen masseer ik zachtjes haar handen – die zijn namelijk opgezwollen en een massage geeft wat verlichting.
De voeten lukt nu helaas niet want de steunkousen uitdoen daar zal nu geen tijd voor zijn…( als vrijwilliger mag ik deze handeling ook helemaal niet doen ..)
Een andere keer dan maar, ze is al lang blij met deze “verwennerij”.
We spreken nog af dat ik een keer voor haar kom spelen want klassieke muziek daar houdt zij van.

Een van de bewoners –

Meneer S is hier al bijna een jaar. Hij heeft een agressieve alvleesklierkanker – niets meer aan te doen.
Toen hij hier terecht kwam had zijn vrouw net besloten om
“maar een eind aan haar leven te maken” – ernstig depressief was zij.
Met meneer S kan ik ondanks alles ook nog lachen en we praten over iets wat in de krant stond of over boeken.
Peter van Straten, Midas Dekkers, WimSonnevelt, Van Kooten en De Bie …heerlijk zijn humor. Dat helpt.
Zijn grote passie was de sport en hij is trots op al zijn kennissen uit de sportwereld.
Zijn houvast zijn foto’s en krantenartikelen en ook zijn
IPad waar hij bekende namen en gezichten kan opzoeken.
Verbazingwekkend stabiel bleef hij de eerste maanden.
Af en toe heeft hij erg last van zijn rug.
Maar uiteindelijk laat hij zich overhalen om naar de fysiotherapeut te gaan – dat helpt gelukkig.
Toch ligt hij de laatste tijd steeds meer op bed – hij heeft sinds kort ook epilepsie en valt zo nu en dan –
Dat kost veel energie en hij zegt dat hij zo ontzettend moe is. Ik kan als ik in zijn kamer kom voelen dat de energie eruit is.
Ik vermoed dat de kanker uitgezaaid is naar zijn hersenen..
Wat moet een mens toch kunnen “ver-dragen” …
Ik wordt hier ook best verdrietig van
Alles wat hij al heeft meegemaakt en dan nu zijn aftakeling – een slepend onvoorspelbaar proces.
Meneer S vermijdt het tot nog toe meestal om over “het einde “te praten
toch kan ik heel goed merken dat het hem alsmaar bezig houdt.
Ik voel me tamelijk machteloos maar spreek met hem af dat we bij mijn volgend bezoek even samen een kopje koffie gaan drinken – beneden in het restaurant.
Dat geeft ons allebei een beetje levensmoed – hoop ik…